Naar hoofdinhoud

InsightsDevelopment

Meertalige website: wanneer het loont en hoe je het technisch opzet

Een tweede taal toevoegen lijkt een kwestie van vertalen, maar het raakt je adressen, je beheer, je advertenties en je feeds. Wanneer het de moeite waard is, en hoe je het opzet zonder dat het na een jaar uit elkaar loopt.

· Design & Development · · bijgewerkt · 6 min lezen

Kort antwoord

Een meertalige website loont als je klanten hebt of wilt in een ander taalgebied, en je die taal ook kunt bijhouden. Technisch krijgt elke taal een eigen adres, bijvoorbeeld /de/ of /en/, en laat hreflang Google zien welke versie bij welke taal hoort. In WordPress doe je dat met WPML of Polylang.

Wanneer een meertalige website loont

Niet elke site heeft een tweede taal nodig. Een meertalige website is vooral het overwegen waard in drie situaties:

  • Je verkoopt of levert al over de grens. Er komen bestellingen of aanvragen uit Duitsland of Wallonië binnen, via een Nederlandstalige site. Die bezoekers zijn er al; de vraag is hoeveel er afhaken.
  • Je wilt adverteren in een ander land. Een advertentie in het Duits die naar een Nederlandse pagina leidt, kost je klikken zonder dat de bezoeker kan lezen wat je aanbiedt.
  • Je doelgroep is internationaal. Een bedrijf dat werft onder expats, of een product dat vooral buiten Nederland wordt gekocht.

Er is ook een reden om het niet te doen: als niemand de tweede taal bijhoudt. Een vertaling die bij de lancering klopt en daarna achterloopt op prijzen, openingstijden en aanbod, doet meer kwaad dan een site in één taal. Tel dus niet alleen de kosten van de eerste vertaling, maar ook wie elke nieuwe pagina en elke wijziging overzet.

Vertalen of lokaliseren

Een website vertalen is de tekst omzetten naar een andere taal. Lokaliseren is de site aanpassen aan het land: valuta, maten, verzendvoorwaarden, telefoonnummers, voorbeelden en woordkeuze. Het tweede is meer werk en levert meestal meer op.

Voor Vlaanderen is dat het duidelijkst. Dezelfde taal, maar niet altijd dezelfde woorden. Vervlaamsen is daarom een eigen stap, en hreflang heeft er een eigen code voor: nl-BE naast nl-NL. Google noemt precies dat voorbeeld in zijn documentatie.

Let daarnaast op wat er buiten de pagina meevertaalt. Heb je een webshop, dan moet ook je productfeed in de nieuwe taal. In Merchant Center geldt: bij een doelland met een andere taal maak je een aparte gegevensbron met vertaalde productgegevens. En bij zoekcampagnes in Google Ads verdwijnt vanaf september 2026 de taalinstelling op campagneniveau: advertenties worden gematcht op de taal waarin ze geschreven zijn. Een vertaalde advertentie hoort dus bij een vertaalde pagina.

De techniek: adressen en hreflang

Google heeft over meertalige sites een paar duidelijke aanwijzingen, en die gelden voor elk platform.

Elke taal een eigen adres. Google raadt aan om per taalversie een aparte URL te gebruiken, en niet met cookies of browserinstellingen de taal op dezelfde pagina te wisselen. Er zijn drie vormen:

Vorm Voorbeeld Wat Google erover zegt
Landdomein voorbeeld.de duidelijk welk land, maar duur en alleen voor één land
Subdomein de.voorbeeld.nl makkelijk op te zetten, maar het land is niet uit het adres af te lezen
Submap voorbeeld.nl/de/ makkelijk op te zetten en weinig onderhoud

Parameters in het adres, zoals ?lang=de, raadt Google af.

Hreflang koppelt de versies. Met hreflang vertel je Google welke pagina de Duitse of Engelse versie van welke Nederlandse pagina is. Dat kan in de head van de pagina, in de HTTP-headers of in de sitemap. Elke taalversie noemt zichzelf én alle andere versies; ontbreekt die wederzijdse verwijzing, dan negeert Google de aanwijzing. Met x-default wijs je een pagina aan voor bezoekers van wie de taal nergens bij past, meestal een taalkeuze of de startpagina.

Twee dingen gaan daarbij vaak mis. Elke taalversie heeft een canonical naar zichzelf, niet naar de Nederlandse pagina. En de code is een taal volgens ISO 639-1, eventueel met een regio volgens ISO 3166-1: en-GB en niet en-UK, en een landcode alleen is geen geldige waarde.

Eén taal per pagina. Google bepaalt de taal van een pagina aan de zichtbare inhoud, niet aan het lang-attribuut of het adres. Zet dus geen twee talen naast elkaar op één pagina, en vertaal niet alleen het menu en de knoppen terwijl de inhoud Nederlands blijft.

Geen automatische doorverwijzing op basis van IP. Google noemt dat onbetrouwbaar. Een link naar de andere taalversies, zichtbaar op de pagina, is beter: dan kiest de bezoeker zelf.

Een meertalige WordPress website

Een meertalige WordPress website bouw je bijna altijd met een plugin. De twee die je het vaakst tegenkomt zijn WPML en Polylang.

WPML

WPML is een betaalde plugin met drie abonnementen: Multilingual Blog voor € 39 per jaar, Multilingual CMS voor € 99 en Multilingual Agency voor € 199. Het blogabonnement geldt voor één site en mist de uitgebreide functies. Wie een webshop of een paginabouwer heeft, komt uit bij CMS of Agency: daar zit ondersteuning voor WooCommerce en paginabouwers in, en een hoeveelheid automatische vertaling, 22.500 woorden bij CMS en 45.000 bij Agency.

Polylang

Polylang is gratis te downloaden via WordPress.org en heeft meer dan 800.000 actieve installaties. De gratis versie vertaalt berichten, pagina's, media, categorieën en eigen berichttypen, en zet de taal in het adres, in een subdomein of op een eigen domein. Automatische vertaling met DeepL zit in de betaalde versie, Polylang Pro, en voor WooCommerce is er een aparte betaalde uitbreiding.

Welke van de twee past hangt af van wat er op de site staat. Een eenvoudige site in twee talen draait prima op Polylang. Een webshop met veel producten en een redactie die vertalingen wil laten beheren, komt eerder bij WPML uit.

Meertalig in een headless CMS

In een headless CMS zit meertaligheid in het datamodel en niet in een plugin. Bij Payload stel je in de configuratie in welke talen er zijn en welke de standaard is, en zet je per veld aan of het vertaald wordt. Een titel en een tekst krijgen dan een waarde per taal, een productcode of een foto niet. Ontbreekt een vertaling, dan kan Payload terugvallen op de standaardtaal.

De voorkant in Next.js zet de taal in het adres, als submap of op een eigen domein, en haalt per taal de juiste inhoud op. Hreflang en de sitemap per taal bouw je daar één keer in, waarna elke nieuwe pagina ze vanzelf krijgt.

Het voordeel is dat een vertaling geen kopie van een pagina is maar een veld naast het origineel. Wijzig je een foto of een prijs, dan wijzigt die in elke taal. Het nadeel is hetzelfde als bij elk headless CMS: het inrichten vraagt een ontwikkelaar. Een meertalige website op deze manier opzetten is vooral de moeite waard als er meer talen of meer koppelingen bij komen, want dan betaalt die vaste structuur zich terug.

Veelgestelde vragen

Hoe kan ik websites automatisch laten vertalen?

In WordPress kan dat met een plugin: WPML heeft automatische vertaling in de abonnementen CMS en Agency, met onder meer DeepL en Google Translate, en Polylang Pro vertaalt met DeepL. Laat een machinevertaling altijd nalezen. Google noemt het automatisch vertalen van overgenomen inhoud zonder toegevoegde waarde als voorbeeld van spam. Je eigen teksten machinaal vertalen is dat niet, maar zonder nalezen merkt de lezer het wel.

Hoe kan ik websites vertalen?

Maak per taal een eigen versie van elke pagina, met een eigen adres zoals /de/ of /en/. In WordPress doe je dat met WPML of Polylang, in een headless CMS per veld. Laat de tekst vertalen of nalezen door iemand die de taal goed kent, pas prijzen en voorwaarden aan per land en koppel de versies met hreflang.

Wat kost een meertalige website?

Dat hangt vooral af van de hoeveelheid tekst en van wie vertaalt. Daarbovenop komt de techniek: WPML kost € 39 tot € 199 per jaar, Polylang is gratis met een betaalde Pro-versie. Reken ook op onderhoud, want elke nieuwe pagina en elke wijziging moet in elke taal worden bijgewerkt.

Bronnen

Portret van Jos van der Pluijm tussen de stellingen van een magazijnVragen hierover?Mail Josjos@klubb.nl

Let’s work together.

Wil je weten hoe dit voor jouw business uitpakt? Plan 30 minuten met Daan of Jos.